De overheid verspreidt sinds eind november een noodboekje waarin Nederlanders worden aangespoord zich voor te bereiden op een ramp. Van cyberaanvallen tot overstromingen en oorlogsscenario’s: burgers moeten de eerste 72 uur vooral zelfredzaam zijn. Die boodschap levert online een stortvloed aan kritiek op, vooral onder twee veelbesproken tweets.
Volgens defensieminister Ruben Brekelmans is het boekje hard nodig. Hij benadrukt dat Nederland kwetsbaar is voor sabotage en digitale aanvallen en dat voorbereiding juist veiligheid moet bieden. Veiligheidsexpert Ot van Daalen sluit zich daarbij aan: volgens hem weten we onvoldoende hoe afhankelijk vitale processen van elkaar zijn. Toch is dat niet de toon die domineert op sociale media.
Wat staat er in het noodboekje en waarom komt het er nu?
De brochure van 33 pagina’s, die tussen 25 november en 10 januari bij alle huishoudens wordt bezorgd, bereidt burgers voor op situaties waarin de overheid niet direct kan helpen. Denk aan uitval van stroom, water en communicatie, lege supermarkten en gesloten pompstations. Het boekje roept mensen op een noodpakket in huis te halen, afspraken te maken binnen het gezin en te bedenken wie kwetsbare buren kan helpen.
Achtergrond voor de campagne ligt onder meer in waarschuwingen van NAVO-chef Mark Rutte om ons ‘geestelijk voor te bereiden op oorlog’ en in recente gebeurtenissen zoals Russische schepen die infrastructuur in kaart brengen. Brekelmans noemt het daarom ‘zeker nodig’ om Nederlanders weerbaarder te maken.
Toch overheerst online vooral scepsis.
EenVandaag onder vuur
Onder een tweet van EenVandaag – waarin drie Oekraïense vluchtelingen uitleggen waarom het noodboekje volgens hen geen betutteling is – barst de kritiek los. De dominante reactie is wantrouwen richting overheid én media. Reacties verwijten de omroep dat het publiek onnodig bang zou worden gemaakt. Daarbij worden de scheldwoorden niet gemeden.
De rol van de Oekraïense vrouwen wordt door velen weggewuifd of zelfs aangevallen. Een gebruiker schrijft: “Lekker belangrijk. De meningen van een paar buitenlanders.” Ook zijn er reacties die de campagne koppelen aan bredere politieke frustraties, zoals migratie, geopolitiek en de energietransitie.
Noodboekje betutteling? Niet volgens Natalia, Tatiana en Lena die uit Oekraïne vluchtten: 'Als je crisis hebt meegemaakt, snap je het' https://t.co/URPbqjscnP
— EenVandaag (@EenVandaag) December 6, 2025
Man stuurt noodboekje terug
De tweede online discussie ontstaat bij de tweet van Jan B. Hommel, die het boekje terugstuurt ondanks zijn “Nee, nee en nog eens nee!”-sticker op de brievenbus. De reacties daarop variëren, maar het dominante sentiment is eveneens kritisch richting overheid.
Ik heb ook het boekje van de @NCTV_NL gehad. Zoonlief had hem al opengemaakt voordat ik het terug kon sturen. Maar met plakband weer keurig dichtgeplakt.
— Jan B. Hommel (@BumblebeeJoe) December 7, 2025
Ik heb mijn brievenbus gecheckt. Het staat er toch echt: "Nee, nee en nog eens nee!" Wat zou daar niet duidelijk aan zijn?…
Veel mensen melden dat zij het boekje direct hebben weggegooid of hebben teruggestuurd met opmerkingen als “geen propaganda op dit adres”. Sommigen gaan verder en suggereren dat waarschuwingen over mogelijke stroomuitval bewust angst moeten aanwakkeren: “Wat een geweldig moment om de Nederlandse bevolking schrik aan te jagen.”
Tegelijk is er ook een duidelijke satirische onderstroom. Reageerders maken grappen over barbecueën bij stroomuitval, kaarsjes met Kerst en gourmetten ‘in het donker’. Hommel wordt door sommigen geprezen als ‘strijder’ en ‘held’, terwijl anderen hem juist bespotten: “Hoe oud ben je eigenlijk? Ik schat een jaar of 4 gezien je infantiele gedrag.”
Opvallend is dat een minderheid juist wijst op de praktische kant van het boekje. Zo schrijft iemand: “Gezien al die wiebelstroom is het best wel handig om rekening te houden met stroomuitval.” Ook worden voorbeelden gedeeld van eerdere lokale stroomstoringen waarbij noodvoorbereiding nuttig bleek.
Veel Nederlanders zien het noodboekje niet als een tool voor zelfredzaamheid, maar als een signaal dat de overheid iets achterhoudt, of zelfs als instrument om angst te zaaien. Tegelijk laten experts, hulpdiensten en het kabinet weten dat Nederland kwetsbaarder is dan we denken en dat voorbereiding juist bedoeld is om paniek te voorkomen.

