De agenten die op 26 januari geweld gebruikten tijdens aanhoudingen bij het Bollendak naast Utrecht Centraal worden niet verder strafrechtelijk onderzocht. Het Openbaar Ministerie heeft geconcludeerd dat het gebruikte geweld niet onrechtmatig was en in verhouding stond tot de chaotische situatie die daar ontstond.
Het incident kreeg begin dit jaar veel aandacht nadat beelden op sociale media en in de media verschenen. Daarop was onder meer te zien hoe een agent een vrouw trapte. Volgens het OM was ook die zogenoemde afhoudtrap onder de omstandigheden proportioneel en noodzakelijk.
Woordenwisseling loopt uit op meerdere aanhoudingen
De situatie begon op 26 januari 2026 met een woordenwisseling bij het Bollendak. Een politieagent sprak daar twee vrouwen op aan. Volgens het OM werd de agent vervolgens meerdere keren beledigd door een van hen. Toen hij de vrouw daarvoor wilde aanhouden, werd hij door verschillende omstanders gehinderd en lastiggevallen.
Op beelden die later veelvuldig werden gedeeld, was te zien hoe de agent de aangehouden vrouw aan haar arm meenam en vertelde dat zij was aangehouden. Een tweede vrouw liep achter hen aan en filmde wat er gebeurde.
De situatie werd vervolgens volgens het OM chaotisch en grimmig. Terwijl de agent de aangehouden vrouw naar buiten probeerde te begeleiden, bleven omstanders hem daarbij hinderen. De agent gebruikte zijn wapenstok om mensen op afstand te houden.
Op enig moment maakte hij ook een trappende beweging en raakte hij de andere vrouw. Zijn voet bleef daarbij volgens berichtgeving in haar boodschappentas haken, waarna een worsteling ontstond.
Andere agenten kwamen vervolgens ter plaatse. Ook zij gebruikten geweld bij de aanhoudingen, waaronder wapenstokken en pepperspray. Uiteindelijk werden ook twee andere omstanders aangehouden. Het ging onder anderen om een 23-jarige vrouw uit De Koog en een 39-jarige man uit Rotterdam.
OM: agenten hadden vooraf gewaarschuwd
Het Openbaar Ministerie heeft onderzocht of de agenten zich aan de ambtsinstructie hebben gehouden en of het gebruikte geweld in verhouding stond tot wat er op dat moment gebeurde. Volgens het OM was dat het geval.
“De omstanders zijn meermaals gevorderd weg te gaan, maar luisterden hier niet naar”, aldus het OM. “Ook is door meerdere politieagenten vooraf gewaarschuwd voor geweld. Tot slot kan worden vastgesteld dat twee personen zich (fors) tegen hun aanhouding hebben verzet.”
Ook de veelbesproken trap wordt door het OM als rechtmatig beoordeeld. “Gezien de situatie moest de agent ruimte creëren voor de afhandeling van de aanhouding. Dat hij daarbij heeft gekozen voor het geven van een afhoudtrap, die bedoeld is als defensieve reactie om noodzakelijke afstand en ruimte te creëren, is niet onrechtmatig.”
Dat geldt volgens het OM ook wanneer achteraf andere manieren te bedenken zijn waarop de agent had kunnen handelen. De trap was volgens justitie op dat moment als zodanig proportioneel en noodzakelijk.
Twee aangevers verklaarden dat het incident zou zijn begonnen na een racistische opmerking van de agent. Het OM zegt de beschikbare beelden zorgvuldig te hebben bestudeerd en verklaringen van omstanders te hebben bekeken, maar geen bewijs te hebben gevonden dat de agent daadwerkelijk zo’n opmerking heeft gemaakt.
Eerder had Yvonne Hondema, politiechef van Midden-Nederland, al gezegd dat de betrokken agenten “grotendeels goed” hadden gehandeld. Zij noemde de aanhouding “terecht”, maar was kritischer over de trap. Die “escaleerde de situatie en dat is nooit het doel van politieoptreden”, zei Hondema destijds.
De agent kreeg uiteindelijk geen disciplinaire maatregelen opgelegd. Het incident had voor hem persoonlijk wel grote gevolgen. Vanwege ernstige dreigingen moest hij tijdelijk samen met zijn gezin onderduiken, meldde RTV Utrecht.
Met het besluit van het OM komt er geen verder strafrechtelijk onderzoek naar het optreden van de agenten. De aangevers kunnen zich daar nog tegen verzetten. Wanneer zij het niet eens zijn met de beslissing, kunnen zij via een zogenoemde artikel 12-klacht het gerechtshof vragen om alsnog naar de zaak te kijken.

