Voormalig profvoetballer Hans van de Haar (51) heeft deze week in gesprek met het Algemeen Dagblad een boekje opengedaan over zijn gezondheid. De oud-spits was bijna dood.
Wie is Hans van de Haar?
Hans van de Haar werd op 1 februari 1975 geboren in Amersfoort. Hij speelde vijf jaar in de jeugdopleiding van Ajax, maar debuteerde nooit in het eerste elftal van de Amsterdamse voetbalclub.
Daarna had Van de Haar een verdienstelijke voetbalcarrière: hij speelde voor onder meer De Graafschap, FC Utrecht en ADO Den Haag. Daarnaast was de aanvaller jeugdinternational van Nederland.
Van de Haar stortte zich na zijn actieve spelersloopbaan op het trainerschap. Hij was werkzaam bij onder meer FC Lienden en Spakenburg. Van januari 2025 tot juli 2026 was hij als assistent-trainer verbonden aan TOP Oss. Bij die laatste club sloeg het noodloot op 30 augustus 2025 toe.
Hans van de Haar voelt zich niet lekker.
Van de Haar voelde zich vlak voor een wedstrijd tegen FC Dordrecht niet lekker, zo memoreert hij in gesprek met het Algemeen Dagblad. Hij vroeg de rest van de technische staf om een ambulance te bellen.
Die vraag werd in eerste instantie weggelachen, omdat ze dachten dat Van de Haar een grap maakte. “Je moet nú een ambulance bellen’, herhaalde hij. “Ik heb wel een keer of tien die vraag moeten herhalen. Toen ze na dertig seconden zagen dat mijn mond scheef stond, hadden ze door dat het menens was.”
Van de Haar voelde zich plots slecht toen hij op de loopband stond. “Ik kreeg elektrische schokjes tot in mijn rechterslaap. Ook viel de kracht in mijn rechterduim- en wijsvinger weg.”
“Ik had dat nog nooit meegemaakt. Heel bevreemdend”, vervolgt hij. “In mijn nabije omgeving zijn de afgelopen jaren mensen weggevallen door hartfalen. Dan schiet door je heen: het zal toch niet, hè? Opeens werd ik heel bang.”
Van de Haar maakte zijn training gewoon af. “Borst, buik, triceps, biceps, mijn hele standaardprogramma. Aan dat gevoel wilde ik niet te veel aandacht besteden. Ik dacht: ik informeer later wel bij de teamdokter wat er aan de hand is.”
Hij nam daarna plaats in een massagestoel. “Toen ik daaruit opstapte, begon alles te draaien in mijn hoofd. Toen wist ik: dít gaat helemaal fout.”
Van de Haar neemt niemand bij TOP Oss iets kwalijk, vertelt hij. “Zeker niet, ze hebben juist heel adequaat gehandeld. Weet je, TOP Oss is een kleine club in het betaald voetbal, maar we waren creatief en werkten hard. Dat de rest dacht dat ik in eerste instantie een grap uithaalde, zegt juist alles over de menselijke manier waarop wij werkten.”
Hij werd opgehaald door een ambulance. “Daarna ga je een tunnel in waarvan je niet weet waar die eindigt. Maar één ding wist ik zeker: ik wilde nog niet dood. In de ambulance bereidde de verpleegkundige mij voor. ‘Schrik niet, er staat zo een traumateam voor je klaar’. Zo rustig, indrukwekkend gewoon.”
In het ziekenhuis hoorde Van de Haar dat er bloedpropje in zijn hersenen zat. Hij krege trombolyse toegediend, een heel sterke bloedverdunner. “Daar moest ik toestemming voor geven, want het risico bestond dat dat tot een hersenbloeding zou leiden. Ik heb meteen een bevriende arts geappt en hem kort mijn situatie uitgelegd. ‘Doen!’ reageerde hij meteen.”
Hoe gaat het nu met Hans van de Haar?
Van der Haar werd na vijf dagen uiteindelijk ontslagen uit het ziekenhuis. “Dat heb ik volledig onderschat, zowel fysiek als mentaal. Het gaat vooruit, maar nog steeds weet je niet precies wanneer je grens bereikt is. Dan krijg je een dag later fysiek de rekening gepresenteerd.”
“Ik wil geen medelijden. Ik wil niet dat mensen mij zien als patiënt. Het gaat goed”, benadrukt Van de Haar. “Jongeren die door een ongeluk twee benen zijn kwijtgeraakt, mensen met spierziekten, ga zo maar door. Ik ben diep onder de indruk geraakt van de veerkracht van mensen. En mijn respect voor het verzorgend personeel is enorm groot.”
“Hoe kon mij dit overkomen? Waarom uitgerekend ik? Ik ben opgevoed op het platteland. Daar krijg je met de paplepel ingegoten dat je doorgaat, dat je niet te snel op de rem trapt. Ik vind het nog steeds moeilijk om te accepteren dat dit voortaan ook bij mij hoort”, besluit hij.

