Omroep Zwart vierde vorige week het vijfjarig jubileum, maar de toekomst van de omroep is hoogst onzeker. Directeur Akwasi erkent dat er nog altijd grote uitdagingen zijn, vooral nu het ledenaantal ver achterblijft bij de norm die nodig is om te mogen blijven bestaan binnen het publieke bestel. “Ik heb de afgelopen vijf jaar alleen maar vijandigheid gevoeld,” zegt hij in een uitgebreid interview met Het Parool.
Vijandigheid na Dam-toespraak
De oprichting van Omroep Zwart kwam voort uit de veelbesproken toespraak van Akwasi tijdens de Black Lives Matter-demonstratie in 2020. Terwijl hij lof oogstte voor zijn pleidooi, bleef één zin hangen: dat hij Zwarte Piet ‘hoogstpersoonlijk op zijn gezicht zou trappen’. Volgens de rapper en omroepbaas kreeg hij na die woorden vooral vijandigheid te verduren. “Iedereen had het erover, maar niemand die me de vraag stelde: waarom zei je dat?”
De kritiek en de kloof tussen beeldvorming en werkelijkheid vormden de basis voor Omroep Zwart. In zijn onlangs verschenen boek Brieven aan Anton de Kom schrijft Akwasi: “Sterker nog, het was mijn morele recht als belastingbetaler om een publieke omroep op te richten, toch? Ook ik heb als Nederlandse inwoner een stem die geuit mag worden.”
De harde realiteit is dat Omroep Zwart in december 100.000 leden moet hebben om zijn plek te behouden. Het huidige aantal leden staat op 38.000, veel te weinig om overeind te blijven. Akwasi ziet het gevaar, maar weigert zich neer te leggen bij een ondergang. “Het is ons eerder gelukt om, uitsluitend op basis van een idee, in twee maanden van nul naar vijftigduizend te gaan. En nu hebben we programma’s om te laten zien.”
Toch blijft de vraag of de benodigde zestigduizend extra leden in drie maanden haalbaar zijn. “Ik weet het niet, ik heb geen glazen bol. Ik weet alleen dat we ons moeten inspannen. Als je echt staat voor een eerlijke weerspiegeling van Nederland word je gewoon lid.”
Programma’s en nominaties
Ondanks de onzekerheid is er ook succes. Zo werd de documentaireserie De Afhaalchinees genomineerd voor de Zilveren Nipkowschijf en leverden andere producties als That’s My Jam en diverse documentaires zichtbaarheid op. Maar volgens Akwasi ontbreekt er nog iets essentieels: een stevig journalistiek profiel. “We moeten werken aan onze journalistieke zichtbaarheid. Dat mis ik.”
Daarom wil Omroep Zwart een actualiteitenprogramma lanceren. Details wil Akwasi nog niet geven, maar dat het noodzakelijk is staat voor hem vast. “Het is duidelijk dat als je mee wil in het gesprek van de dag, actualiteiten belangrijk zijn. Het is in the making. Het is al vijf jaar in the making, maar wij hebben ervoor gekozen ons eerst te richten op andere genres: cultuur, human interest en documentaires. Nu gaan we terug naar de kern van wat een omroep is.”
Opvallend is dat Akwasi zich blijft afzetten tegen de gevestigde orde. “Wij zijn geen traditionele omroep. Welke omroep ken je met allemaal gele muren? Die bestaat niet. Dus waarom zouden we wel meedoen aan allerlei andere tradities? Wij creëren nieuwe taal, een nieuw vocabulaire en gaan op onderzoek uit.”
Dat pionieren is niet makkelijk, geeft hij toe. “In geen honderd jaar is er een omroepdirecteur geweest die op mij lijkt. Dat maakt het soms een beetje eenzaam.”
Akwasi voelt ‘alleen maar vijandigheid’
Of Den Haag uitkijkt naar een voortbestaan van Omroep Zwart, betwijfelt Akwasi. “Ik heb de afgelopen vijf jaar alleen maar vijandigheid gevoeld. Het is part of the job. Vijandigheid voelen hoort bij mij. Maar stemt mij dat bitter? Het maakt me juist beter.”
Toch beseft hij dat de tijd dringt. In december valt het doek als de ledenwerfcampagne geen succes oplevert. “We zijn een goed doel. Het gaat over de bestendigheid van Nederland voor de toekomst,” zegt Akwasi.
Het is afwachten of Omroep Zwart de benodigde steun weet te mobiliseren. Lukt dat niet, dan verdwijnt de jongste omroep van Nederland alweer na vijf jaar uit het publieke bestel.

