Nederlanders gaan in 2026 ongemerkt iets meer belasting betalen. Niet door hogere tarieven, maar doordat de overheid de inflatiecorrectie bewust afremt. Tegelijk wordt sparen en beleggen zwaarder belast, en verdwijnen de meeste fiscale voordelen voor groene beleggingen. Socialnieuws zet de belangrijkste veranderingen uit het Belastingplan 2026 op een rij.
Minder inflatiecorrectie: stille stijging van de inkomstenbelasting
De belastingtarieven blijven op papier gelijk, maar de grenzen schuiven minder mee met de inflatie dan gebruikelijk. Daardoor belanden meer mensen onbedoeld in een hogere schijf – een maatregel waarmee het kabinet extra geld in de schatkist houdt.
De eerste schijf loopt in 2026 tot €38.883 in plaats van de gebruikelijke ~€39.278 bij volledige indexatie. De tweede schijf begint dus eerder, bij een belastbaar inkomen van €79.137. Zonder deze ingreep was dat €80.188 geweest.
Ook de arbeidskorting en algemene heffingskorting stijgen minder hard dan de inflatie, waardoor werknemers netto iets minder overhouden. Deze “stille” belastingverhoging is volgens het ministerie van Financiën nodig om de begroting sluitend te houden en maatregelen zoals het lage btw-tarief op cultuur, sport en media te kunnen bekostigen.
Er klinkt wel kritiek uit de Tweede Kamer: meerdere fracties vinden dat de lagere arbeidskorting vooral werkenden raakt. De Kamer heeft het kabinet gevraagd met alternatieven te komen; mogelijk volgt daarover nog een aanpassing tijdens de parlementaire behandeling.
Spaartaks: lagere vrijstelling en hoger fictief rendement
Het nieuwe box-3-stelsel, waarin belasting wordt geheven over het werkelijke rendement, is uitgesteld tot 2028. Tot die tijd blijft het tijdelijke stelsel gelden, maar met aanpassingen om de kosten te dekken.
Het heffingsvrije vermogen daalt in 2026 van €57.000 naar €51.400 per persoon, ofwel van €115.368 naar ~€102.800 voor partners. Daardoor gaan meer spaarders belasting betalen.
Daarnaast stijgt het forfaitaire rendement op beleggingen fors: van 5,88% in 2025 naar 7,78% in 2026. Vermogen in aandelen, obligaties of tweede woningen wordt hierdoor zwaarder belast, tenzij men kan aantonen dat het werkelijke rendement lager was.
Het kabinet verwacht met deze aanpassingen ruim €2,5 miljard extra op te halen. Dat geld is nodig om het gat te dichten dat ontstaat door het uitstel van de nieuwe wet en om vermogens iets zwaarder te belasten – een beleidswens van het vorige kabinet.
De spaartaks zelf (32%) blijft ongewijzigd, maar wordt dus over een grotere grondslag berekend.
Fiscaal voordeel voor groen beleggen verdwijnt
Het belastingvoordeel voor duurzame beleggingen verdampt verder. De vrijstelling voor groen beleggen in box 3 bedroeg in 2024 nog €71.000, maar is inmiddels teruggebracht tot €26.312 in 2025 en daalt in 2026 licht naar €26.715 (of €53.430 voor partners).
De heffingskorting op groene beleggingen verdwijnt vrijwel volledig: van 0,7% in 2024 naar 0,1% in 2025 en 2026, om in 2027 te eindigen op 0%. Alleen een symbolische vrijstelling van €200 per persoon blijft nog over in 2027.
Volgens het kabinet is dit bedoeld om het belastingstelsel te vereenvoudigen en vergroening voortaan via subsidies te stimuleren in plaats van via belastingvoordelen. De Belastingdienst gaf bovendien aan dat volledige afschaffing pas in 2028 mogelijk is vanwege technische beperkingen.
Overige fiscale wijzigingen
Brandstofaccijnzen
De tijdelijke verlaging van de accijnzen op benzine en diesel blijft ook in 2026 van kracht. Zonder verlenging zouden de prijzen op 1 januari ruim 20 cent per liter stijgen. De jaarlijkse indexatie is voor 2026 bevroren, maar organisaties als ANWB waarschuwen dat de rekening in 2027 alsnog kan volgen als de korting dan wordt ingetrokken.
BTW en consumptie
Het lage btw-tarief van 9% op cultuur, sport en media blijft gehandhaafd. Daarmee zijn eerdere plannen om dit te verhogen definitief van tafel. Wel stijgen enkele verbruiksbelastingen, zoals de tabaksaccijns, die in april 2026 opnieuw omhooggaat volgens het meerjarenplan van Volksgezondheid.
30%-regeling voor expats
Het belastingvoordeel voor buitenlandse werknemers wordt verder beperkt. De 30%-regeling gold eerder vijf jaar, maar wordt in 2026 teruggebracht naar vier jaar. Ook blijft het maximale salaris waarvoor de regeling geldt, gemaximeerd op de Balkenende-norm (circa €223.000).
De maatregel moet bijdragen aan de dekking van de verlengde accijnsverlaging en past in een bredere herziening van fiscale regelingen voor buitenlandse werknemers.
Eigen woningforfait
Huiseigenaren profiteren licht van een lagere bijtelling: het eigenwoningforfait daalt van 0,40% in 2025 naar 0,35% in 2026 voor woningen tot ongeveer €1,2 miljoen. Daarboven blijft het tarief 2%. De daling volgt uit de wettelijk vastgelegde formule die het percentage geleidelijk richting 0,30% brengt.
Overdrachtsbelasting
Voor beleggers blijft het overdrachtstarief 10,4%. Starters tot 35 jaar behouden hun vrijstelling bij woningen tot €510.000 – een lichte stijging ten opzichte van 2025. De jubelton blijft afgeschaft; de vrijstelling voor schenkingen van ouders aan kinderen werd al in 2023 geschrapt.
Wat betekenen de veranderingen voor jou?
Wie werkt of spaart, merkt dat de belastingdruk iets toeneemt. De meeste Nederlanders gaan niet fors meer betalen, maar de som van kleinere aanpassingen – minder inflatiecorrectie, lagere kortingen, en strengere vermogensheffing – tikt op jaarbasis wel aan.
Het kabinet verdedigt die keuze als ‘noodzakelijke begrotingsdiscipline’, maar critici spreken van een sluipende lastenverzwaring voor middeninkomens. De echte hervorming van het belastingstelsel – met werkelijk rendement en eerlijkere verdeling tussen arbeid en vermogen – is doorgeschoven naar 2028.

