Een ingrijpende maatregel uit het coalitieakkoord zorgt voor grote onrust onder zelfstandige klinieken, wijkverpleging en ggz-instellingen. Vanaf 2029 moeten patiënten die kiezen voor een zorgaanbieder zonder contract met hun zorgverzekeraar, de volledige rekening zelf betalen.
Tot nu toe werd nog tussen de 60 en 80 procent van de kosten vergoed. Zorgaanbieders spreken van een aanstaand drama.
Hoeveel gaat dit extra kosten?
Wie vanaf 2029 toch kiest voor een niet-gecontracteerde zorgverlener, moet de kosten volledig zelf betalen. Dat kan aanzienlijk in de papieren lopen. Een standaard intakegesprek in de ggz kost gemiddeld zo’n 250 euro.
Een volledig behandeltraject loopt al snel in de duizenden euro’s. Een knieoperatie in een zelfstandige kliniek kost gemiddeld tussen de 3.000 en 6.000 euro.
Tot nu toe kreeg je daarvan meestal nog zo’n 60 tot 80 procent vergoed. Concreet betekent dit dat patiënten straks voor zulke behandelingen tussen de 1.800 en 4.800 euro méér zelf moeten ophoesten dan nu het geval is. Voor veel mensen is dat simpelweg niet op te brengen.
Het afschaffen van de verplichte vergoeding van ongecontracteerde zorg is een langgekoesterde wens van zorgverzekeraars. Gezondheidseconoom Wim Groot (Maastricht University) licht toe dat het kabinet hiermee 150 miljoen euro denkt te besparen.
Volgens zorgverzekeraars wordt er via ongecontracteerde aanbieders vaker en meer zorg geleverd dan strikt noodzakelijk. Ook ontbreekt het aan afspraken over kwaliteit en behandelomvang.
“Zorgverleners zonder contract zitten niet vast aan omzetplafonds, waardoor ze vrijwel onbeperkt kunnen declareren”, stelt Groot. Dat staat haaks op de afspraken die verzekeraars met gecontracteerde partijen maken.
Volgens Zorgverzekeraars Nederland ontbreekt het nu aan structureel inzicht in de kosten en kwaliteit van deze zorgvorm.
Patiënten kiezen ongecontracteerde zorg vanwege wachtlijsten
In de praktijk maken veel patiënten juist gebruik van ongecontracteerde zorg vanwege lange wachttijden in de reguliere zorg. Wie nu snel geholpen wil worden voor bijvoorbeeld een knieoperatie, dermatologische controle of ggz-behandeling, kiest geregeld voor een niet-gecontracteerde kliniek.
Volgens Zorgverzekeraars Nederland groeit het aandeel van deze zorgvorm gestaag. In de wijkverpleging en de ggz gaat inmiddels meer dan 6 procent van de zorg via ongecontracteerde aanbieders.
In de medisch-specialistische zorg is dat met 0,9 procent kleiner, maar daar zijn de kosten in twee jaar tijd met ruim 30 procent gestegen.
‘Geen verplichting tot meer contractering’
Ger Jager, voorzitter van Stichting Handhaving Vrije Artsenkeuze, waarschuwt voor de gevolgen: “In de plannen staat nergens dat zorgverzekeraars verplicht worden om meer zorg in te kopen.” Volgens hem worden patiënten straks gedwongen om óf zelf te betalen óf lang te wachten op reguliere zorg.
Die zorgen worden breed gedeeld in de sector. “Zorgverzekeraars contracteren nu al te weinig,” zegt de directeur van een zelfstandige kliniek, die anoniem wil blijven. In haar regio wachten patiënten maanden op een ziekenhuisbehandeling. “Het ziekenhuis verwijst ze naar ons, maar een contract krijgen we niet.”
Klinieken vrezen sluiting en ontslagen
De kliniekdirecteur probeert al acht jaar contracten af te sluiten, zonder resultaat. Haar instelling scoort goed op kwaliteit, maar krijgt geen voet tussen de deur bij de grote zorgverzekeraars. Als de maatregel doorgaat, dreigt ze een deel van haar kliniek te moeten sluiten. “Ik heb 120 mensen in dienst. Die moet ik dan grotendeels ontslaan. En die keren echt niet meer terug naar het ziekenhuis.”
Ook andere klinieken luiden de noodklok. Een ondernemer uit een andere regio, eveneens anoniem uit angst voor repercussies, is stellig: “Dan gaan we failliet.”
Ziekenhuizen steunen maatregel
De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) steunt de afschaffing van de vergoeding voor ongecontracteerde zorg. Voorzitter Ad Melkert noemde het eerder oneerlijke concurrentie: “Commerciële klinieken krijgen een groot deel van de kosten vergoed, maar hoeven zich niet aan de afspraken in de sector te houden.”

