De 33-jarige man die wordt verdacht van het voorbereiden van een aanslag op prinsessen Amalia en Alexia, leefde volgens zijn advocaat in de overtuiging dat hij een relatie had met kroonprinses Amalia. De verdachte zou verliefd op haar zijn en dacht zelfs dat hij samen met haar naar Polen zou gaan voor een survival- of trainingsmissie. Maandag behandelt de rechtbank in Den Haag de strafzaak inhoudelijk.
De grote vraag voor de rechtbank is of Anne Romke van der H. daadwerkelijk vergevorderde plannen had om de prinsessen iets aan te doen, of dat zijn gedrag volledig voortkwam uit ernstige psychische problemen en waanideeën.
Verdachte dacht relatie met prinses Amalia te hebben
Volgens zijn advocaat voelt Van der H. zich sterk verbonden met het koningshuis, en in het bijzonder met Amalia. De raadsman verklaarde tijdens een eerdere zitting dat zijn cliënt in de veronderstelling verkeerde dat hij een liefdesrelatie met de kroonprinses had.
“Hij voelt zich sterk verbonden met het koningshuis, in het bijzonder met Amalia”, zei zijn advocaat volgens De Telegraaf. De verdachte zou verliefd op haar zijn.
Dat speelt ook een belangrijke rol in de verklaring voor de twee bijlen die later op zijn hotelkamer werden gevonden. Volgens de verdediging had Van der H. die aangeschaft voor een survivaltocht die hij in zijn beleving samen met Amalia in Polen zou gaan maken.
Zijn advocaat houdt vol dat Van der H. ‘geen enkele intentie’ had om de prinsessen iets aan te doen.
Twee bijlen en namen van Amalia en Alexia gevonden
De zaak begon op 6 februari in Scheveningen. Van der H. veroorzaakte in de vroege ochtend overlast op het balkon van een hotelkamer. Een buurtbewoner waarschuwde de politie nadat de man luid stond te schreeuwen en zou hebben geroepen dat hij ‘ze allemaal afmaakt’.
Agenten wisten hem aanvankelijk te kalmeren. Hij beloofde rustiger te doen, waarna de politie weer vertrok.
Later die dag gingen agenten opnieuw naar het hotel. Op zijn kamer werden twee bijlen gevonden. Ook trof de politie briefjes aan met daarop onder meer de namen Amalia en Alexia en het woord „bloedbad”.
In een van de bijlen stond de naam Alexia gekerfd. Ook stonden er teksten als ‘Mossad’ en ‘Sieg Heil’ op.
De combinatie van de voorwerpen, de teksten en de uitspraken van de verdachte was voor politie en justitie aanleiding om Van der H. aan te houden.
Advocaat spreekt van onsamenhangende teksten
De verdediging bestrijdt dat de teksten op de bijlen en papieren samen een concreet aanslagplan vormen.
“De bijlen waren volgeklad met onsamenhangende woorden, krabbels en tekeningen. Het zijn woorden in zijn hoofd die zonder doel of samenhang zijn opgeschreven.”
Volgens zijn advocaat heeft het Openbaar Ministerie ’ten onrechte’ verschillende woorden met elkaar in verband gebracht. “Er is door het OM een voor mijn cliënt zeer nadelige combinatie van woorden gemaakt.”
Tijdens een eerdere zitting in mei stelde de advocaat ook dat er veel meer teksten, namen, tekeningen en cijfers op de spullen stonden dan alleen de woorden die door justitie naar voren zijn gebracht.
De term ‘bloedbad 400’ zou volgens de verdediging bovendien geen verwijzing naar een aanslag zijn geweest, maar de naam die Van der H. zelf aan de vermeende trainingsmissie in Polen had gegeven.
Psychische problemen en godsdienstwanen
Van der H. kampt volgens de stukken al langere tijd met ernstige psychische problemen, waanideeën en godsdienstwanen. Voor zijn arrestatie was voor hem al een crisismaatregel opgelegd. Daarmee kan onder bepaalde omstandigheden verplichte psychiatrische zorg worden ingezet.
De verdachte zou ook hebben verteld dat hij graag het leger in wilde ‘om mensen dood te schieten’.
Daarnaast wordt hij verdacht van meerdere incidenten met politieagenten. In Den Haag zou hij agenten hebben beledigd door ‘Sieg Heil’ te roepen en de Hitlergroet te brengen. Eind vorig jaar zou hij in Harlingen en Leeuwarden agenten hebben uitgescholden en bespuugd.
Tijdens een eerdere behandeling van de zaak kwam bovendien naar voren dat hij in een zorginstelling zou hebben gezegd dat hij niet bang was om iemand neer te steken.
Rechtbank hield verdachte eerder vast
Tijdens de pro-formazitting in mei vroeg de advocaat om de voorlopige hechtenis van zijn cliënt op te heffen, onder meer zodat een psychiatrische behandeling kon worden gestart.
Het Openbaar Ministerie verzette zich daartegen. Ook de rechtbank vond de verdenkingen op dat moment ernstig genoeg om Van der H. vast te houden.
Daarbij wees de rechtbank niet alleen op de spullen die in zijn hotelkamer waren gevonden en eerdere uitlatingen, maar ook op het feit dat de verdachte in de buurt van de Paleistuin was gezien.
“Gezien wat er bij u is aangetroffen, uw uitlatingen op meerdere momenten en het feit dat u bent gezien bij de paleistuin, maakt dat we de verdenking ernstig genoeg vinden”, zei de voorzitter van de rechtbank destijds.
Psycholoog en psychiater onderzochten verdachte
Voor de inhoudelijke behandeling zijn rapportages opgesteld door een psycholoog en een psychiater. Die moeten de rechtbank meer duidelijkheid geven over de psychische toestand van Van der H. en de mate waarin zijn gedrag en uitlatingen hem kunnen worden toegerekend.
Zijn advocaat liet eerder weten dat Van der H. het liefst zo snel mogelijk behandeld wil worden in een psychiatrisch ziekenhuis.
Tijdens de inhoudelijke zitting is de verdachte volgens zijn raadsman van plan zelf zijn verhaal te doen.
De rechtbank moet uiteindelijk beoordelen of sprake was van daadwerkelijke voorbereidingshandelingen voor een aanslag op leden van het Koninklijk Huis, of dat het gedrag voornamelijk moet worden gezien in het licht van zijn ernstige psychische problematiek.

