Hugo de Jonge heeft geen spijt van stevige taal tegen ongevaccineerden

- Advertisement -

Hugo de Jonge heeft tijdens zijn verhoor door de parlementaire enquêtecommissie corona opnieuw zijn omstreden uitspraak ‘wijk voor wijk, deur voor deur, arm voor arm’ verdedigd. De oud-minister van Volksgezondheid benadrukte dat hij die woorden destijds bewust gebruikte en ze achteraf niet terugneemt. Volgens hem was het zijn verantwoordelijkheid om zo veel mogelijk mensen te overtuigen zich tegen het coronavirus te laten vaccineren.

De Jonge deed de uitspraak toen ongeveer 15 procent van de Nederlanders nog niet was gevaccineerd. Commissielid Annelotte Lammers vroeg hem meerdere keren waarom hij voor die stevige bewoordingen had gekozen en hoe hij daar nu op terugkijkt.

“Het feit dat 15 procent nog niet was geprikt, betekende dat er in potentie nog tienduizenden ziekenhuisopnames konden komen als die allemaal in korte tijd ziek zouden worden. In die context wilden wij net zo lang doorgaan tot we iedereen bereikt en iedereen overtuigd zouden hebben”, verklaarde De Jonge.

- Advertisement -

Volgens de oud-minister kan ‘een minister toch geen Zwitserland zijn’. Hij omschreef die houding als: “Zo van… kijk maar wat je doet”.

- Advertisement -

Lammers plaatste vraagtekens bij de formulering ’tot we iedereen overtuigd hebben’, maar De Jonge hield vast aan zijn uitleg. “Ik deed gewoon mijn werk als minister: voorkomen dat mensen in het ziekenhuis belanden”, zei hij. Ook benadrukte hij dat hij ‘het niet per ongeluk gezegd’ heeft.

De Jonge wist volgens eigen zeggen dat zijn woorden onder meer bij gelovigen gevoelig konden liggen. Zij konden het ‘best een stevige uitspraak en ook een normerende uitspraak vinden’. “Dat heb ik echt wel afgewogen.”

De Jonge ontkent angst en schuldgevoel te hebben aangepraat

Tijdens het verhoor werd uitgebreid stilgestaan bij het taalgebruik van De Jonge gedurende de vaccinatiecampagne. Lammers vroeg: “Waren er geen andere manieren om mensen zich alsnog te laten vaccineren, zonder ze schuldgevoel aan te praten of angst aan te jagen?”

- Advertisement -

“Ik zou die woorden (die zij noemt, red.) niet gebruiken”, reageerde De Jonge. “Ik vind het geen angst aanpraten, maar de waarheid onder ogen zien.”

Daarop haalde Lammers een uitspraak aan die De Jonge tijdens een persconferentie in september 2021 deed. “We houden het risico dat de zorg overbelast blijft door mensen die niet gevaccineerd zijn. Dat een ziekenhuisbed niet beschikbaar is voor de operatie waar jij, je partner of broer of zus al lange tijd op wacht.”

Ook achter die uitspraak staat De Jonge nog altijd. Volgens hem kon Nederland zich op dat moment niet permitteren genoegen te nemen met de toenmalige vaccinatiegraad.

De oud-minister werd eveneens geconfronteerd met zijn eerdere vergelijking tussen een coronavaccin en een frikandel. Commissielid Huidekooper citeerde zijn toenmalige woorden: “Daarvan weet je ook niet wat erin zit, maar dat eet je gewoon op”.

“Dat was een interview vóór de vaccinatiecampagne”, verdedigde De Jonge zich. “Mensen weten nou eenmaal vaak niet wat ze tot zich nemen.”

Toen hem werd gevraagd of hij nog steeds achter de vergelijking staat, reageerde hij lachend: “Zullen we daar geen exegese op toepassen, alsjeblieft?”

Dat de algemene vaccinatiebereidheid in Nederland sinds de coronaperiode is afgenomen, vindt De Jonge “heel ernstig”. Hij wees daarbij vooral naar de verspreiding van desinformatie en niet rechtstreeks naar het optreden van hemzelf of het kabinet. “Dat vind ik lastig om te zeggen. Wat is uw gedachte daarbij?”, vroeg hij aan de commissie.

De Jonge verzette zich vervolgens tegen het idee dat zijn frikandeluitspraak mogelijk ondermijnend heeft gewerkt. “Ik vind het ridicuul dat van iets wat zo uit z’n verband werd getrokken in een interview, jaren na dato nog steeds wordt gezegd: dat zou weleens ondermijnend gewerkt kunnen hebben. Nee, het verspreiden van desinformatie, dát was ondermijnend.”

Grote fout bij ‘Dansen met Janssen’

Over de vaccinatiecampagne rond het Janssen-vaccin was De Jonge aanzienlijk kritischer op zijn eigen optreden. Jongeren die het vaccin kregen, mochten de volgende dag al gebruikmaken van de horeca en naar evenementen. De campagne werd bekend onder de naam ‘Dansen met Janssen’.

Volgens De Jonge zat achter die slogan geen uitgebreide strategie. “We hadden nog een hele grote voorraad Janssen-vaccins en een grote groep mensen die nog niet was gevaccineerd.”

De jongeren waren volgens de reguliere vaccinatievolgorde nog niet aan de beurt. Door hen aan de beschikbare Janssen-vaccins te koppelen, liep de vaccinatiegraad snel op. Achteraf bleek echter dat het vaccin tijd nodig had om optimale bescherming te bieden en dat het overdracht van het virus niet volledig voorkwam.

“We hadden dat natuurljk nooit moeten doen”, erkende De Jonge. “En achter ‘Dansen met Janssen’ zat geen communicatiestrategie of zo. Was dat maar wel zo.”

De oud-minister omschreef de uitdrukking ook als ‘gewoon een onschuldig rijmpje’. Dat in dezelfde periode het aantal besmettingen explosief opliep, lag volgens hem niet uitsluitend aan de inzet van het vaccin. “Dat kwam niet doordat het Janssen-vaccin, maar doordat we met elkaar een veel te grote stap hebben gezet.”

Er werden destijds meerdere coronamaatregelen tegelijk versoepeld. De Jonge gaf aan dat het kabinet op dat moment nog niet precies wist in welke mate vaccinatie de verspreiding van het virus zou afremmen. Zijn verwachtingen waren gebaseerd op “alles wat we erover hebben geleerd en in de literatuur staat”.

“We wisten niet zeker dat dat zou gaan gebeuren. En ook niet in welke mate het vaccin de overdracht van het virus zou gaan remmen”, zei hij.

Discussie over het werkelijke doel van de coronapas

Ook het coronatoegangsbewijs kwam uitgebreid aan bod. Volgens De Jonge werd de pas ingevoerd om de samenleving weer te kunnen openen. Een hogere vaccinatiegraad zou geen zelfstandig doel zijn geweest, maar “een mooi meegenomen neveneffect.”

De commissie confronteerde hem met appberichten die werden verstuurd nadat de vaccinatiegraad na de invoering van de coronapas steeg. De Jonge schreef daarin: “Wat goed! Durven we te zeggen waarom?”

Een ambtenaar antwoordde: “Een zeker neveneffect?”

De Jonge reageerde daarop: “Het is natuurlijk niet het doel hè, van die coronapas? ;-)”

De knipoog achter het bericht riep vragen op bij de commissie. Ook werd een agendalijst aangehaald waarin een hogere vaccinatiegraad als ‘niet-bekendgemaakt tweede doel’ werd genoemd. Volgens De Jonge bewees dat echter niet dat de pas stiekem was bedoeld om mensen tot vaccinatie te bewegen. “Het was een neveneffect, geen doel.”

Binnen het kabinet was volgens hem nauwelijks discussie over de introductie van het toegangsbewijs. “Ik denk dat er breed enthousiasme was, dat iedereen dacht: dat zou toch wat zijn, als het zo weer een beetje kon.”

Binnen het Outbreak Management Team was wel ‘enige scepsis’. “Die waren meer van: ‘pas op, het is niet zo dat het een bestrijdingsmiddel is’. Het was hoogstens een risicoreductiemiddel”, vertelde De Jonge.

Toenmalig staatssecretaris Mona Keijzer was wel kritisch. “Zij vond dat we gewoon moesten versoepelen. Dat vond ik niet verantwoord, en de rest ook niet.”

Aanpak van kritische huisarts onderzocht

De enquêtecommissie vroeg De Jonge ook naar zijn bemoeienis met huisarts Rob Elens. Elens beweerde dat ‘een cocktail van onder andere hydroxychloroquine (tegen een corona-infectie, red.) werkt vóor iemand in het ziekenhuis belandt’. De Jonge nam vervolgens meerdere keren contact op met de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

“In zo’n crisis is het belangrijk dat patiënten kunnen uitgaan van betrouwbare informatie. Dat je met een cocktail aan niet-bewezen effectieve medicijnen ‘er wel zou zijn’, dat is natuurljk niet het verhaal dat mensen moeten onthouden. Dat is misleidende informatie. Daarom vroeg ik aan de IGJ: hebben jullie dat in de gaten? Wat doe je daarmee?”, verklaarde hij.

De Jonge vond de opstelling van Elens ‘ondermijnend’ en vroeg zich af waarom ‘zo iemand eigenlijk nog zijn vak mag uitoefenen’. Volgens hem was er een ‘klein groepje als medisch geschoolden die via social media een heel stevig podium wisten te krijgen’.

Een huisarts zou hebben beweerd dat ‘vaccinatie eigenlijk niet hoeft’. Dat vond De Jonge ‘dusdanig schadelijk voor de vaccinatiecampagne’ dat hij de inspectie inschakelde.

“Ik heb niet hele dagen met de IGJ zitten appen over een huisarts, dat kan niet waar zijn”, zei hij over zijn contacten met de toezichthouder.

De commissie haalde ook een bericht van De Jonge aan waarin hij over de inspectie schreef: “Als we een hard en houdbaar argument hebben, gaan we ervoor”.

Hoewel de inspectie onafhankelijk opereert, vond De Jonge het zijn taak om te controleren ‘of ze er wel bovenop zitten’. Lammers vroeg hem daarop: “U stelde de inspectie over deze huisarts drie keer de vraag of ze er wel bovenop zaten. Vond u dan wel of niet dat ze hun werk goed deden?”

“Nou, ik wilde me daar dan wel van vergewissen, gezien de verdachtmakingen die hij deed”, antwoordde De Jonge. Volgens hem konden de uitspraken van de huisarts “de vaccinatiebereidheid ondermijnen”.

Verpleeghuizen en bezoekverbod

Ook de ingrijpende maatregelen in verpleeghuizen werden besproken. Tijdens eerdere verhoren was naar voren gekomen dat mensen door het bezoekverbod mogelijk ‘onnodig alleen zijn gestorven’.

“Intens verdrietig”, noemde De Jonge dat. Hij benadrukte tegelijkertijd dat de maatregel volgens hem noodzakelijk was en dat er een uitzondering gold voor mensen in hun laatste levensfase.

De oud-minister erkende uiteindelijk dat “met een nog duidelijkere communicatie of meer linea recta aansturing” mogelijk beter duidelijk had kunnen worden welke uitzonderingen er golden.

De Jonge liet blijken dat hij tijdens een volgende pandemie opnieuw veel gewicht zou toekennen aan het beschermen van kwetsbaren en het voorkomen van overbelasting van de zorg.

“Ik denk niet dat de balans (tussen het beschermen van kwetsbaren en het voorkomen van code zwart enerzijds, en het openhouden van de samenleving anderzijds) volgende keer anders zou moeten zijn. Ik mag hopen dat we dan beter voorbereid zijn dan we op deze crisis waren.”

“Het voorkomen van het overbelasten van de zorg, een ‘Bergamo’ voorkomen… in die balans zal dat altijd in zwaarte gaan winnen. Ik hoop wel dat we dan intelligentere maatregelen gaan nemen.”

Het bezoekverbod in verpleeghuizen omschreef hij als een “gruwelijke maatregel”. “Maar we konden niet anders.”

Uit de achtergrondstukken bij het verhoor blijkt dat het bezoekverbod in maart 2020 wettelijk werd geregeld via een “noodverordening”. In de praktijk ontstond daarnaast een “uitgaansverbod”, waardoor bewoners van sommige verpleeghuizen ook niet meer naar buiten mochten.

Ambtenaren constateerden destijds dat dit ‘juridisch niet helemaal’ klopte. Het ministerie meldde later geen “aanvullende documenten” te kunnen vinden waaruit een wettelijke basis voor dat verbod bleek.

Vragen over inmenging bij adviezen van het OMT

Tijdens de enquête speelt ook de invloed van het ministerie op wetenschappelijke adviezen een belangrijke rol. In 2022 werden 414 pagina’s met “tekstsuggesties” van ambtenaren voor adviezen van het Outbreak Management Team vrijgegeven.

Een bekend voorbeeld betrof een zin waarmee het preventieve gebruik van mondmaskers in de ouderenzorg werd ontraden. Een ambtenaar vreesde anders een ‘run’ op de beschikbare mondkapjes. In een andere mail stond dat het ministerie liever wilde dat het OMT de boodschap zelf verkondigde, zodat VWS niet voor een “vertaalslag” hoefde te zorgen.

Topambtenaar Ernst van Koesveld noemde de toevoeging tijdens zijn verhoor een ‘verduidelijking’. Hoogleraar ouderenzorg Bianca Buurman sprak daarentegen van ‘politieke inmenging’.

Ook werd De Jonge geconfronteerd met de gang van zaken rond thuiszorgorganisatie Buurtzorg. Nadat bestuurder Jos de Blok zelf mondmaskers voor zijn personeel had gekocht, sprak De Jonge hem publiekelijk aan. “Ieder voor zich, zo werkt het echt niet”, zei hij destijds.

De Blok noemde die gang van zaken later ‘schokkend en schandalig’.

De Jonge verdedigt belangrijkste keuzes

De Jonge hield tijdens zijn verhoor ook vast aan de keuze om ouderen als eerste te vaccineren. Dat advies van de Gezondheidsraad was volgens hem ‘geen heel exotisch advies’. “En laat de landen om ons heen die volgorde nou ook hebben aangehouden.”

Over de regionale aanpak na de eerste coronagolf was hij kritischer. “Het was geen adequate aanpak”, zei hij. “Nederland is eigenlijk een regio.”

De Jonge en toenmalig minister Tamara van Ark ‘zagen de nieuwe golf als eersten op zich afkomen’ en wilden landelijke maatregelen, ‘maar dat lukte niet’.

Toch zette hij niet direct stevig in op het afschaffen van de regionale aanpak. “Als je (na het invoeren van zo’n regionale aanpak) bij de eerste gelegenheid al zegt ‘laten we ermee kappen’, dan is dat niet echt consistent”, verklaarde hij. “Dat kun je niet meteen de prullenbak in douwen.”

Voor het verhoor had De Jonge zich naar eigen zeggen uitvoerig voorbereid. “Ik heb alle debatten teruggekeken, alle brieven (Kamerbrieven, red.) gelezen, alle uitingen gevolgd.”

Volgens hem hield het kabinet bij de coronamaatregelen niet alleen rekening met de zorg en de bescherming van kwetsbaren. Het beperken van de schade voor de maatschappij en de economie was volgens De Jonge ‘altijd al een impliciet doel’ en kwam ‘elke dag en elke vergadering al aan bod’.

Voorzitter Daan de Kort wees er aan het begin van het verhoor op dat ‘in vrijwel alle eerdere openbare verhoren uw naam is genoemd’. Tijdens zijn eigen verhoor maakte De Jonge duidelijk dat hij fouten ziet bij onderdelen als ‘Dansen met Janssen’, maar dat hij zijn meest omstreden taal uit de vaccinatiecampagne nog altijd beschouwt als onderdeel van zijn verantwoordelijkheid als minister.

- Advertisement -

NET BINNEN

Populairste artikelen