Nu de vijftienjarige Kim wordt verdacht van betrokkenheid bij de dood van haar ouders Johan Enting en Mathilda Diemel in Meerstad, rijzen ook vragen over het verdere juridische traject.
In de podcast Radio Ramkraak gaan verslaggevers Bas van Sluis en Ina Reitzema van het Dagblad van het Noorden in op wat een eventuele strafzaak zou kunnen betekenen.
Volgens Van Sluis heeft de verdediging van de verdachte op dit moment een kraakheldere boodschap: geen commentaar.
“Je hebt in ieder geval te maken met het jeugdstrafrecht. Een collega van ons heeft haar advocaat gesproken. Omdat zij in beperkingen zit, mag zij alleen contact hebben met haar advocaat. Ik begrijp heel goed dat die advocaat zegt dat hij voorlopig niets naar buiten brengt.”
Omdat het gaat om een minderjarige verdachte, zal de zaak anders verlopen dan een reguliere strafzaak tegen een volwassene.
“Omdat zij minderjarig is, valt de zaak onder het jeugdstrafrecht. Dat betekent dat alles achter gesloten deuren zal plaatsvinden. De kans is groot dat zij binnen dat jeugdstrafrecht haar strafzaak zal moeten afwachten, al lopen we daarmee natuurlijk vooruit op wat er nog moet gebeuren.”
Nadruk op begeleiding en terugkeer in de samenleving
Ina Reitzema legt uit dat het Nederlandse jeugdstrafrecht een andere insteek heeft dan het volwassenenstrafrecht.
“De straffen binnen het jeugdstrafrecht zijn doorgaans niet heel lang. Ze zijn vooral bedoeld om jongeren weer op weg te helpen en terug te brengen in de maatschappij. Dat verschilt van het volwassenenstrafrecht, waar ook een stukje vergelding in zit.”
“We kennen meer voorbeelden van jongeren die hun ouders hebben omgebracht, zoals de jongen uit Katlijk en eerder de jongen uit Groningen die zijn moeder met een hockeystick heeft gedood”, herinnert de journalist zich. De veertienjarige jongen uit Katlijk die in september 2017 zijn ouders Jos Verdonk (63) en Margreet Andriol (62) om het leven bracht, werd veroordeeld tot een jaar cel en daarna jeugd-tbs.
Volgens Reizema wordt er bij jonge verdachten sterk gekeken naar behandeling en begeleiding.
“Die jongeren zitten vaak relatief kort vast. Dat gaat soms om een jaar en volgens mij maximaal twee jaar jeugddetentie. Daarna wordt wel goed gekeken of iemand goed functioneert en welke begeleiding nodig is.”
Toch betekent dat volgens Bas van Sluis niet automatisch dat een veroordeelde minderjarige na een beperkte periode weer volledig vrij is.
“Daarnaast bestaat er nog zoiets als jeugd-tbs. Het is dus niet zo dat, als uiteindelijk bewezen wordt dat zij de dader is — wat nog allemaal moet worden vastgesteld — zij automatisch na één of twee jaar weer buiten staat.”
Voorzichtigheid blijft geboden
Van Sluis benadrukt dat er nog veel onzekerheden zijn en dat het onderzoek nog loopt. Tegelijkertijd wijst hij op het uitgangspunt van het jeugdstrafrecht, waarin de nadruk sterk ligt op de toekomst van de verdachte.
“Veel meer dan in het volwassenenstrafrecht ligt de nadruk op resocialisatie en goede begeleiding bij de terugkeer in de samenleving.”
Daarbij mag volgens hem ook de persoonlijke situatie van de minderjarige niet uit het oog worden verloren.
“Dat is ook noodzakelijk. We hebben immers te maken met een kwetsbaar jong meisje. Los van alle gruwelijkheden die hier mogelijk zijn gebeurd, moeten we dat ook in het oog houden.”

