Asielminister Bart van den Brink doet een dringend beroep op gemeenten om per direct extra opvangplekken voor asielzoekers te realiseren. In een alarmerende brief aan alle 342 gemeenten waarschuwt hij dat zonder snelle actie een onbeheersbare situatie dreigt in de asielketen.
Volgens de minister is het tekort aan opvangplekken nijpend en snel groeiend. “Op korte termijn gaat het om een tekort van 4.500 plekken, dat tekort loopt op tot 7.900 plekken einde zomer.”
Druk op gemeenten neemt verder toe
Van den Brink roept gemeenten op om zo snel mogelijk tijdelijke noodopvang te organiseren. “We hebben ze per direct nodig.” Deze spoedmaatregelen moeten voorkomen dat de situatie de komende weken verder escaleert.
Gemeenten zoeken inmiddels naar snelle oplossingen, zoals het inzetten van sporthallen en noodtenten. Ook wordt gekeken naar het tijdelijk huisvesten van statushouders in hotels en het verhogen van het aantal bewoners in bestaande azc’s, zolang dat volgens de minister veilig en beheersbaar blijft.
Frustratie groeit door langer openblijven azc’s
Door het tekort aan plekken blijven opvanglocaties langer open dan eerder afgesproken. Dat leidt tot spanningen met gemeenten, waaronder Hardenberg, Epe, Renkum en Harderwijk.
In Renkum spreekt lokale politicus Oswald Velthuizen van ‘paniekvoetbal’ “Het COA laat zich gelden als een onbetrouwbare partner.”
De situatie zorgt volgens de minister voor een vertrouwensbreuk. ’Het COA is op dit moment niet in staat afspraken na te komen die het eerder met deze gemeenten heeft gemaakt. Dat raakt aan het onderlinge vertrouwen, maar ook aan de solidariteit tussen gemeenten.’
Ter Apel opnieuw tegen de grens aan
De huidige situatie doet denken aan de opvangcrisis in 2022, toen het aanmeldcentrum in Ter Apel aanmeldcentrum overvol raakte en mensen buiten moesten slapen.
Het COA hanteert 2.200 bewoners als kritieke grens. Woensdag verbleven er 2.170 mensen in Ter Apel, wat de druk op het systeem opnieuw zichtbaar maakt.
Oplossingen kosten tijd
In totaal verblijven momenteel ongeveer 82.000 mensen in asielopvang in Nederland. Volgens Van den Brink is het verlagen van de instroom de enige structurele oplossing, maar dat vergt tijd.
De komende maanden stemt de Eerste Kamer over strengere asielwetten en treedt in de zomer het Europese migratiepact in werking. Het kabinet verwacht dat deze maatregelen op termijn de instroom zullen beperken.
Spreidingswet zet gemeenten onder druk
In de brief wordt ook verwezen naar de Spreidingswet, die gemeenten verplicht opvangplekken te realiseren. Gemeenten die nog niet aan hun taak voldoen, kunnen binnenkort een aanvullende brief verwachten.
Daarin moeten zij uitleg geven over hun lokale situatie en waarom zij nog niet aan de verplichtingen hebben voldaan. Van den Brink verwacht dat uiteindelijk alle gemeenten zich aan de wet zullen houden, ondanks de weerstand op sommige plekken.
Pas wanneer er voldoende opvangplekken zijn gerealiseerd, wil het kabinet overwegen om de Spreidingswet weer in te trekken.
Van den Brink reageert op De Mos
Van den Brink weet dat er weerstand is vanuit gemeentes. Bij de gemeenteraadsverkiezingen presteerden partijen goed die zich kritisch opstelden richting de opvang van asielzoekers.
Richard de Mos, die met Hart voor Den Haag de grootste werd in de hofstad, voerde campagne op een ‘uitzonderingspositie’ voor zijn stad, om zich te onttrekken aan de opvangplicht.
Volgens De Mos hebben steden en provincies ‘genoeg mogelijkheden in het palet’ om asielopvang tegen te gaan. “In alle openheid: wat hij zegt, is natuurlijk in die zin waar”, erkent Van den Brink donderdagavond in een interview bij de talkshow Eva van Eva Jinek.
“De gemeente gaat uiteindelijk over de keuze of ze wel of niet meewerkt. Ook al hebben wij als het Rijk panden en hebben wij gronden, uiteindelijk moet de gemeente een vergunning afgeven voor de activiteiten die daar plaatsvinden.”
“Dus ik zou altijd met de gemeente uiteindelijk het gesprek moeten voeren om ze te overtuigen hiermee te doen”, weet Van den Brink, die van Jinek de vraag krijgt of er geen middelen zijn om de opvang af te dwingen. “Nou ja, dan kom je in ultieme situaties waarvoor het Nederlands recht op zich niet de ruimte geeft. Dus in alle gevallen zal ik met de gemeente moeten spreken.”
“Aan het einde van die spreidingswet kennen we natuurlijk de discussie over het dwingen van gemeenten. Maar dan ben je natuurlijk totaal uit de bocht gevlogen.”
Van den Brink wil geen dwang opleggen. “Ik ben toch hoopvoller dan dat. De nieuw gekozen gemeenteraadsleden gaan een eed of belofte afleggen. Bestuurders gaan aan de slag en dat doen ze ook op basis van wat we in Nederland aan wetgeving hebben afgesproken.”
“En er is met Den Haag absoluut te praten over de voorwaarden, condities, wat er mogelijk is. Maar er is in dit parlement wel een wet aangenomen die zegt we hebben met elkaar opvang te realiseren. Dus zullen ook, denk ik, alle bestuurders van Nederland zich realiseren als je in die verantwoordelijkheid zit als wethouder en burgemeester, dat ze daar toch met elkaar uit moeten komen.”

