CDA-fractievoorzitter Henri Bontenbal gaat in zijn eigen podcast in op de vraag of hij links of rechts is. Dat is een terugkerend thema richting de Tweede Kamerverkiezingen van 29 oktober 2025.
CDA-voorman verwijst naar Ruud Lubbers
Volgens Bontenbal draait de discussie niet om hemzelf, maar om de positie van zijn partij. “Het gaat gewoon over waar het CDA staat. Deze vraag dat is leuk, want al decennia wordt hij gesteld. Ook mijn voorgangers kregen hem steeds”, zegt hij in Henri de podcast.
Hij haalt een voorbeeld aan uit de jaren zeventig. “Ik kijk soms voor ontspanning weleens wat oude beelden uit de politiek, als ik moe ben en wil ontspannen. Ik kwam pas een oud interview tegen met Ruud Lubbers uit 1979. Hij kreeg exact dezelfde vraag.”
“Hij zei zoiets van: ‘Ja, die termen links en rechts werken niet voor mij. Maar als ze bedoelen dat ik wel veranderingsgezind ben, dan klopt dat’. Die gaf er ook zijn eigen formulering weer aan. Ik geloof niet dat hij als een linkse premier te boek staat of als een rechtse premier. Ik denk dat hij als een CDA-premier te boek staat”, aldus de lijsttrekker.
‘Stickers die weinig zeggen’
Bontenbal noemt de scheidslijn tussen links en rechts achterhaald. “Ik denk dat die termen links en rechts gewoon heel erg ouderwets en onbruikbaar zijn geworden. Vaak bedoelen ze economisch links en economisch rechts. Economisch linkse partijen zien een hele grote rol voor de overheid, met grote publieke uitgaven. Een overheid die ook heel stevig op de marktwerking ingrijpt, met grote overheidsbedrijven, want de overheid moet ook veel zelf doen. Dus een grote inmenging van de overheid in de economie. In dat spectrum is een rechtse overheid er een die zijn handen er vooral vanaf trekt en de hoognodige kaders stelt, maar voor de rest het bedrijfsleven zijn werk laat doen.”
Die tegenstelling is volgens hem te beperkt. “Maar dat is maar één as. Je hebt ook de wat meer culturele as. Het is dus ook vrij diffuus wat mensen ermee bedoelen. Het zijn natuurlijk stickers. Partijen plakken die op andere partijen omdat ze een bepaald gevoel bij de kiezers opwekken. In het verleden waren er ook Amerikaanse presidenten die er niet vies van waren om de term communist overal op te plakken, want dat werkte toen zo goed. Dat is natuurlijk van alle tijden.”
“Dat gebeurt aan de andere kant overigens ook, hè”, benadrukt Bontenbal. “Rechts plakt je snel graag de sticker ‘links’ op, maar aan de linkerkant heeft men er ook wel een handje van om alles neoliberaal te noemen. Waarbij het ook vaak onduidelijk is wat neoliberalisme dan precies is, want dat is ook een soort vergaarbak geworden van al het kwaad in de wereld. Ik kan nooit zoveel met die stickers.”
‘CDA is sociaal-conservatief’
De CDA-leider benadrukt dat zijn partij een eigen positie heeft. “Ik heb zelf twee jaar geleden in een congresspeech gezegd dat de positie sociaal-conservatief is. Dat betekent dus dat je als overheid een schild wil zijn voor de zwakken, maar dat je bijvoorbeeld op cultureel terrein ook echt de waarde van tradities blijft benadrukken. Dat verandering niet altijd een verandering ten goede is. En dat er in de wijsheid van de geschiedenis, in de wijsheid van de cultuur, ook heel veel besloten ligt, wat je niet zomaar weg moet willen geven. Dat is een conservatief element waar ik me bij thuis voel. Niet alle verandering is meteen goed.”
Die begrippen zijn volgens hem ook beladen. “In termen als progressief en conservatief zit sowieso natuurlijk al een enorm waardeoordeel. Wat de ene progressief noemt en dus als vooruitgang bestempelt, vind ik soms een achteruitgang. En wat ik als het behoud van het goede beschouw, vindt een ander het behoud van het verkeerde. Dus er zitten allemaal natuurlijk waardeoordelen in.”
‘Niet links-rechts, maar een driehoek’
Bontenbal vindt het te simplistisch om het CDA als middenpartij neer te zetten. “Ik ben niet links, ik ben ook niet rechts. Ik probeer gewoon christendemocraat te zijn en in die traditie te staan. Dat is gewoon een hele zelfstandige politieke stroming, naast het liberalisme en naast de sociaaldemocratie. Als je de sociaaldemocratie als links zou neerzetten en het liberalisme als rechts, ja, dan zitten wij in die zin dan weer in het midden. Maar dat vind ik ook weer gek, want dan zou dat een spectrum met één lijn zijn waar je dan precies in het midden zit. Ik zie het als drie echt verschillende stromingen. Ik vind dat je in de driehoek moet denken.”
Tot slot zet hij de verschillen nog eens scherp neer. “Wat ik nu ga zeggen is te zwart-wit, dat weet ik. Maar de focus van liberalen ligt toch vaak op de markt en de focus van de sociaaldemocraten ligt vaak op wat de overheid moet doen. De focus van christendemocraten ligt toch altijd weer heel erg op wat de samenleving zelf kan doen. Dat is denk ik wat je goed kan terughoren in de bijdragen van politici en ook in verkiezingsdebatten.”

