Geert Wilders en premier Dick Schoof botsen donderdagmiddag in de Tweede Kamer over een mogelijk verbod op islamitisch onderwijs. Schoof benadrukt dat dit strijdig is met de grondwet, terwijl Wilders volhoudt dat een wijziging van artikel 23 via de democratische weg mogelijk is. De PVV-leider reageert met een opvallend handgebaar op Schoof.
Tijdens het debat gaat het over uitspraken van Wilders, waar Schoof in de ogen van Timmermans niet nadrukkelijk genoeg afstand van nam. Timmermans spreekt over ‘de plicht om te normeren’, als mensen ‘echt over de schreef graan en ongrondwettelijke voorstellen doen of denkbeelden uiten’. “Als iemand onze grondwet in de brand steekt, moet iemand opstaan en die brand blussen. We hebben niet de luxe om het vuur te laten branden. Je zal je moeten uiten op zo’n moment, en dat vraag ik uitdrukkelijk aan de minister-president.”
Schoof: ‘Ik sta achter grondwet’
Schoof reageert: “De vrijheid van godsdienst is in Nederland een groot goed. Die staat in onze Grondwet en kan niet ter discussie worden gesteld.” Met dat antwoord is Timmermans niet tevreden. “Ja, dan is uw zwijgen toch wel heel merkwaardig als die ter discussie wordt gesteld. U zegt ‘kan niet ter discussie worden gesteld’, maar dat gebeurde wel! Zeer uitvoerig. Waarbij meer dan een miljoen Nederlanders impliciet allemaal tot verdachten werden verklaard door de leider van de grootste fractie in dit huis”, wees hij naar Geert Wilders.
“Het wordt ter discussie gesteld, dus moet je het tegenspreken. Als de minister-president de rol wil spelen (van iemand die de grondwet bewaakt, red.), mag hij niet zwijgen als dit soort dingen zich voordoen. Anders zijn zijn woorden niet geloofwaardig. Dan is het geen oprechte poging om Nederland op het grondwettelijke pad te houden”, vervolgt de leider van GroenLinks-PvdA.
Volgens Schoof ‘kan er geen misverstand over bestaan’ dat hij Nederland ‘op het grondwettelijke pad wil houden’. “Dat kán gewoon niet bestaan. Ik spreek hier namens een kabinet en ik spreek hier ook als premier vanuit die diepe overtuiging. Ik zou het niet anders kunnen doen. Ergens in mijn teksten zou ik op een gegeven moment iets zeggen over het voorstel van de heer Wilders om islamitische scholen te verbieden. Dan zou ik ook tegen de heer Wilders zeggen: dat is strijdig met artikel 23 van de grondwet. Dus dan zou je de grondwet moeten wijzigen, zou je dat willen doen? En dan gaat de Kamer erover in meerdere lezingen.”
Beroering in de Tweede Kamer
In de Kamer klinkt wat beroering. Wilders reageert met een afkeurend handgebaar. Schoof bleef achter zijn uitspraak staan over de ongrondwettelijkheid van een verbod op islamitisch onderwijs. “Dat is feitelijk juist. Onze grondwet kent vrijheidsonderwijs. Zoals we die ook kennen van de vrijheid van meningsuiting, van geloofsovertuiging, noem maar op. En als die overschreden worden, dan zijn er allerlei gerechtelijke instituties die ervoor zorgen dat dat niet gebeurt. En dan is uw Kamer ook de eerste die erbij is.”
Volgens Timmermans kan niet gewacht worden ‘tot de rechter aan bod komt’. “Dat kunnen wij ons niet permitteren. En zoals we in de geschiedenis hebben gezien: een democratische rechtsstaat sterft niet met een grote knal. Die sterft door duizend kleine steekjes. En ieder steekje waarbij onweersproken blijft dat iemand onze grondwettelijke orde ter discussie stelt, verwondt onze democratische rechtsstaat. Dat is een waarheid als een koe die we ons allemaal ter harte moeten nemen. Ik begrijp, ik kom er niet doorheen bij de minister-president. Maar ik hoop dat hij hier nog eens over wil nadenken.” Schoof zegt dat Timmermans hem wel degelijk bereikt en herhaalt zijn toewijding aan de grondwet.
Wilders stapt vervolgens naar de interruptiemicrofoon. CDA-leider Henri Bontenbal laat hem zelfs ‘voor gaan’. “Dank aan de heer Bontenbal”, zegt Wilders daarover. “De grondrechten voor de vrijheid van godsdienst zijn niet absoluut. Er staat bij de vrijheid van godsdienst in de grondwet, een zinnetje achter, ‘behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet’. Dat is één.”
Wilders over islamitisch onderwijs
Volgens Wilders wordt op islamitische scholen een ‘ideologie’ onderwezen ‘die een afkeer heeft van vrijheid, van vrouwen, van homoseksuelen’. Dat schaadt de integratie, stelt hij. “Het staat iedere parlementariër vrij om een voorstel te doen om artikel 23 te wijzigen. Dat kan vervolgens hier worden aangenomen, verworpen, daar mag een rechter een oordeel over hebben, maar er is niets ongrondwettelijk aan. De vrijheid van godsdienst is niet absoluut. En ik mag als parlementariër voorstellen de vrijheid van onderwijs te wijzigen.”
“Ik hoop dat we een discussie krijgen in dit huis om in ieder geval islamitisch onderwijs inderdaad te gaan verbieden”, aldus Wilders. “Dat doe ik dan op de koninklijke manier, via een wetsvoorstel, een wijziging van de grondwet. Daar kunt u tegen zijn, maar er is niets ongrondwettelijks aan. Als wij als Kamerleden de wet niet mogen wijzigen, geen voorstel mogen doen om de wet te wijzigen, dan kan niemand het in een democratie.”

